Voor de oorsprong van de Johanniter Orde moeten we bijna duizend jaar
terug in de geschiedenis. Ook toen, in de 11e eeuw, was het
Midden-Oosten al een onrustige regio. Nadat moslims in de loop van de
7e eeuw het gebied rond de Middellandse Zee hadden veroverd, bleven de
westerse landen en de katholieke kerk eeuwenlang pogingen ondernemen om
hen weer uit het Heilige Land te verdrijven. Niet alleen uit religieuze
overwegingen, maar ook om de handel met het Midden-Oosten te laten
opleven.
Deze ontwikkelingen leidden uiteindelijk tot de grote kruistochten die
aan het eind van de 11e eeuw op gang kwamen. Maar ook daarvoor al
trokken regelmatig pelgrims vanuit Europa naar het oosten om de
bijbelse plaatsen en met name de stad Jeruzalem te bezoeken.
Omdat zij onderweg nogal wat te verduren kregen, werden er al snel
hospitalen opgericht door en voor christenen. In 1048 stichtte een
groep kooplieden uit het Italiaanse Amalfi een hospitaal in Jeruzalem.
Dit Hospitaal van Sint Jan betekende het begin van een broederschap die
zich door de eeuwen heen zou blijven bezighouden met het helpen van
zieke en andere hulpbehoevende medemensen.
Godfried IV van Bouillon veroverde in 1099 Jeruzalem en bracht en
passant een bezoek aan het Hospitaal van Sint Jan. Godfried was onder
de indruk en vanaf dat moment sloten veel kruisridders zich aan bij de
broederschap. Paus Paschallis II erkende de broederschap op 15 februari
1113 als ridderlijke en religieuze Orde.
Nadat het heilige land weer in handen kwam van moslims, kwam de Orde
via veel omzwervingen uiteindelijk op Malta terecht en verspreidde zich
ook over Europa.
Toen in de 16e eeuw de Reformatie over Noord-West Europa trok, werd ook
de Orde verdeeld in twee stromingen. De roomskatholieke ridders gingen
op in de Maltezer Orde, terwijl de protestanten de Johanniter Orde
oprichtten.
Het Johanniter Kruis is al eeuwenlang het symbool van de Johanniter
Orde. De acht punten van het kruis symboliseren de acht zaligsprekingen
in de Bergrede (Mattheüs: 5).